Peter Visser is innovation project leader bij AkzoNobel in Sassenheim

“Voor de havo was ik destijds te lui, dus ging ik naar de mavo. Daar werd al snel duidelijk dat vakken als natuur- en scheikunde me heel erg boeiden. Ik zag mezelf wel in een witte jas lopen en proefjes doen. Na het behalen van mijn diploma koos ik daarom voor laboratoriumonderwijs. Eerst op ‘middelbaar’ niveau en dus vooral analytisch gericht. Tijdens een stage in Amerika ontdekte ik de organische chemie: zelf uitvinden, maken en uitproberen om daarna te analyseren hoe het werkt. Dat vond ik echt heel gaaf. In Delft ben ik daarom hoger laboratoriumonderwijs gaan volgen. Voor mijn afstudeeropdracht deed ik in Australië onderzoek naar het mechanisme van organisch-chemische reacties bij zeer lage temperaturen. Daaruit volgden mijn eerste publicaties. Fantastisch vond ik dat.

Dan denk je dat je met twee internationale stages als bagage wel snel een mooie baan zult vinden. Ik wilde graag in de petrochemische- of farmaceutische industrie werken, maar dat lukte niet. Na enige tijd kon ik aan de slag bij AkzoNobel Coatings als specialist International Product Development Aerospace Coatings. Dat was in 1997. Ik dacht niet zo lang te blijven, maar 22 jaar later werk ik nog steeds met veel passie voor dit mooie innovatieve bedrijf.

Sinds 2007 houd ik me met mijn team bezig met de ontwikkeling van chromaatvrije coatings voor bescherming van vliegtuigen. Chromaat is weliswaar het beste product om corrosie tegen te gaan, maar we zijn ons ook zeer bewust van de risico’s en gevaren van chroom-6. In enkele producten hebben we het nog niet kunnen vervangen omdat er geen veilige en effectieve alternatieven voorhanden zijn. Uitdaging is een compleet chromaatvrije coating te ontwikkelen die net zoveel bescherming biedt als de huidige corrosiewerende coatings. Dat gaat in heel kleine stapjes. Want ga maar na: In 1997 introduceerde AkzoNobel al de eerste chromaatvrije primer voor de vliegtuigindustrie.

Echt blij ben je als je ineens een grote stap zet. Zo ontdekten we in 2010 dat gebruik van lithiumzouten in coatings voor een goede corrosiebescherming zorgt. Een super uitvinding die ons in staat stelt om chromaatvrije coatings te ontwikkelen met aerospace performance. We hebben al verschillende producten voor de bescherming aan de buitenkant van vliegtuigen. Nu werken we aan de volgende stap: chromaatvrije coatings voor de binnenzijde. Maar dan moet je de werking van je technologie eerst bewijzen. Want er zijn heel wat partijen – vliegtuigbouwers voorop – te overtuigen. Daarom doen we wetenschappelijk onderzoek.

Sinds 2013 werken we samen met TU Delft om het mechanisme van deze nieuwe lithium gebaseerde corrosie inhibitoren te ontrafelen. Op 10 april mag ik mijn proefschrift ‘Active corrosion protection of aerospace aluminium alloys by lithium-leaching coatings’ verdedigen.

Afgelopen december ben ik door AkzoNobel benoemd tot ‘Scientist of the Year’. Een eervolle erkenning, maar wat we hebben bereikt, is het resultaat van samenwerking tussen veel partijen en mensen. En we zullen nog hard moeten werken voor een echt chromaatvrije toekomst. Al neem ik me voor om na mijn promotie ook weer eens wat meer tijd aan mijn twee zoons (10 en 14 jaar oud) en aan mijn hobby’s (duiken, golfen en bier brouwen) te besteden.”

Hoe ziet Peters werkdag eruit?

“Nee, ik zit niet heel veel met mijn handen in de verf. Soms vind ik dat best jammer. Aan de andere kant: mijn rol is het om leiding te geven aan het team en nieuwe ideeën uit te werken. Dan bemoei je je de hele dag met van alles. We hebben bijvoorbeeld projecten met universiteiten en klanten die we moeten opleveren. Daarvoor maak ik samen met mijn medewerkers proefopzetten. Verder beoordeel ik corrosieresultaten en begeleid ik een doctoraatstudent in het kader van onze samenwerking op het gebied van corrosie met de Universiteit van Manchester. Ik ontwikkel nieuwe ideeën voor corrosiebescherming en help collega’s van andere productgroepen door onze kennis met hen te delen. Natuurlijk ben ik ook geregeld op reis voor bezoek aan klanten en applicatietesten of voor deelname aan conferenties. En zo is er nog veel meer. Zoals bijvoorbeeld die enorme hoeveelheid e-mails die ik dagelijks moet beantwoorden. Da’s minder leuk, maar ook dat hoort erbij.”