Van rapporten naar actie, hoe de chemische industrie in Europa te redden?

“Er zijn rapporten genoeg verschenen. We weten wat we moeten doen om de concurrentiekracht van de Europese chemische maakindustrie te versterken.” Dat zegt VVVF-directeur Jaitske Feenstra in een gesprek over de sprong van rapporten en het nieuwe regeerakkoord naar actie in de praktijk.

In februari vond de jaarlijkse EU Industry Summit plaats. Deze bijeenkomst met de top van de EU, de lidstaten en het bedrijfsleven draait maar om één vraag: hoe kan de Europese industrie sterker, concurrerender en toekomstbestendig worden? De EU Industry Summit geeft richting aan het Europese industriebeleid en VVVF-directeur Jaitske Feenstra was erbij, samen met collega Jeroen Hagman. [..]

Heel andere vibe
“Het is goed om te zien dat de boodschap die de industrie de afgelopen jaren heeft uitgedragen, is doorgedrongen tot de politieke top in Europa”, vertelt Feenstra. Daarbij doelt ze op de boodschap dat er concrete maatregelen nodig zijn om de industrie in Europa te versterken.

Feenstra was altijd verbaasd, en ook verontwaardigd, over het gemak waarmee in het verleden weleens werd gesproken over het verplaatsen van industrie. “Bij de vorige summit waren het de CEO’s die om ondersteuning vanuit de politiek vroegen. Nu waren het de politici, die het belang van een sterke economie en industrie benadrukten. Het is goed om te merken, dat de sfeer nu echt wel is veranderd. Er hing een heel andere vibe. De waarde van de industrie werd weer duidelijk erkend.”

Die waarde is volgens Feenstra niet alleen economisch, maar ook strategisch. “We leven in een veranderende wereld. We hebben immers te maken met de tariefheffingen van de Verenigde Staten en het dumpen van producten door China. Het is de industrie die mede bepaalt hoe onafhankelijk je bent als Europa en hoe weerbaar. Je kunt het continent alleen beschermen met een sterke economie. We zullen de barrières tussen de lidstaten af moeten breken als we concurrerend willen zijn.”

Goed geluisterd
Een van de sprekers tijdens de top was Ursula Von der Leyen, de voorzitter van de Europese Commissie. “Von der Leyen heeft overduidelijk goed geluisterd naar de industrie", concludeert Feenstra. “Opvallend was ook dat ze wees op ‘gold plating’ van de lidstaten; het toevoegen van extra eisen aan EU-wetgeving.” Dat is een belangrijk punt voor de VVVF en sluit aan bij haar kernboodschap: “Wij willen een eerlijk, concurrerend speelveld voor de bedrijven in de chemische maakindustrie. Dat geldt wereldwijd, maar zeker ook binnen Europa. De lidstaten en de Europese Unie moeten daarvoor samen optrekken.”

In de speeches van de Franse president Macron en de Duitse bondskanselier Merz kwamen diezelfde boodschappen terug. Ze benoemden in hun bijdrages ook het belang van het Europese Parlement. “De Europese Commissie kan plannen voorstellen en de Raad kan het ermee eens zijn, maar het Europees Parlement heeft ook een stem. Leden van het Europese Parlement zijn gekozen en willen waarschijnlijk herkozen worden. Daardoor lijken ze minder gericht op het geopolitieke toneel en zijn meer bezig met wat er in de lidstaten gebeurt. Dat betekent dat we als VVVF meer contact met hen gaan zoeken om het belang van de industrie duidelijk te maken.”

Lees het volledige interview in V&I Magazine #78