Construction Products Regulation
De herziene Construction Products Regulation (CPR) is van kracht geworden op 7 januari 2025. De meeste artikelen treden een jaar later in werking, te weten op 8 januari 2026. De CPR geldt voor bouwproducten die in de EU op de markt worden gebracht. In Nederland geldt daarnaast het Besluit Bouwwerken Leefomgeving voor gebouwen.
De Construction Products Regulation (CPR) heeft tot doel dat bouwproducten vrij kunnen circuleren binnen de interne markt. In de CPR zijn regels vastgesteld voor het op de Europese markt brengen van bouwproducten. Deze regels zijn van toepassing in alle lidstaten en betreffen:
- het vastleggen van prestaties van bouwproducten in relatie tot hun essentiële kenmerken, zoals hoe reageren ze op vuur, hoe geleiden ze warmte, hoe isoleren ze geluid; en
- de CE-markering van deze producten.
Bouwproducten moeten in heel Europa voldoen aan dezelfde eisen op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu, zoals vastgelegd in de CPR. Voor veel bouwproducten geldt daarom een verplichte CE-markering met prestatieverklaring.
Belangrijk onderdeel van de CPR is de digitalisering van bouwproducten. Er zijn verschillende tools, waaronder de EPDs (environmental product declarations) en de Nationale Milieudatabase (NMD). De twee methodes baseren zich op de norm EN15804, maar ze maken gebruik van verschillende databases waardoor ze niet uitwisselbaar zijn:
Assessment and Verification Systems (AVS)
Onder de herziene Europese Bouwproductenverordening (CPR 2024 / Verordening EU 2024/3110) is het oude AVCP-systeem hernoemd naar het AVS-systeem. Het bestaat uit exact zes specifieke systemen die bepalen hoe de prestaties en duurzaamheid van bouwproducten worden beoordeeld en gecontroleerd. In welk AVS-systeem een bouwproduct valt, hangt af van het risico, het producttype en de mate waarin producteigenschappen kunnen variëren tijdens de productie.
De zes AVS-systemen onder CPR 2024
| Systeem 1+ |
Maximale externe controle door een keuringsinstantie met productcertificatie en steekproefsgewijze controles in de fabriek. |
| Systeem 1 |
Externe productcertificatie door een keuringsinstantie op basis van typeonderzoek en fabrieksinspecties, maar zonder verplichte herhaalde steekproeftesten. |
| Systeem 2+ |
Fabriekscertificatie waarbij de keuringsinstantie de productiecontrole (FPC) in de fabriek doorlopend inspecteert en certificeert. |
| Systeem 3 |
Laboratoriumverificatie waarbij een keuringsinstantie tests uitvoert om het producttype te bepalen of de testrapporten van de fabrikant streng controleert. |
| Systeem 3+ |
Een volledig nieuw horizontaal systeem specifiek voor ecologische duurzaamheid, waarbij de fabrikant milieudata (zoals EPD's) verzamelt en een keuringsinstantie deze valideert. |
| Systeem 4 |
Volledige zelfverificatie en conformiteitsbeoordeling door de fabrikant zelf, zonder verplichte tussenkomst van een externe instantie. |
Keuringsinstanties worden meestal aangeduid als Notified Body (nobo).