1. Neem de chemische mkb-maakindustrie (niet zijnde Brzo) op in de lijst met indicatorbedrijven in het ‘Programma vermindering regeldruk ondernemers’
De aanpak van de minister met het ‘Programma vermindering regeldruk ondernemers’ is positief. De minister stelt te beginnen met regeldrukreductieprogramma’s voor kappers, hotels, metaalbedrijven, voedingsmiddelproducenten, bouwbedrijven en kledingwinkels. Daarbij wordt gesteld dat deze selectie het grootste deel van de verplichtingen voor het mkb afdekt. Die insteek kan kloppen, maar specifieke mkb-sectoren met grotere regeldruk worden over het hoofd gezien, waaronder de chemische mkb maakindustrie. Denk hierbij aan producenten van desinfectie en reinigingsmiddelen, cosmetica, fabrikanten van verf, drukinkt, lijm en kit. Allemaal bedrijven die – vaak al decennia – produceren in Nederland. Het gros van deze sector is mkb en heeft met relatief veel regelgeving, nalevingskosten en regeldruk te maken. Ook is deze sector op het moment onderwerp van veel wetgevende ontwikkelingen.
We pleiten daarom voor opname van een indicatorbedrijf uit de chemische mkb-maakindustrie, en zijn bereid hierbij te helpen.
2. Heb als Nederland oog voor regeldruk bij EU-wetgeving, wat nu weinig tot niet het geval lijkt
Het gros van nieuwe regelgeving heeft zijn origine in Brussel. We signaleren dat Nederland in EU-discussies vaak tot de groep landen behoort die pleit voor verdergaande regelgeving met weinig tot geen oog voor toenemende regeldruk. Waar in Nederland het kabinet meer oog lijkt te hebben voor het effect van regelgeving op het ondernemingsklimaat, zien we een ander beeld bij Europese onderhandelingen.
We pleiten daarom voor een signalerende en interdepartementaal-bemiddelende rol van de minister van EZK, bijvoorbeeld door een striktere regeldrukbeleidslijn in BNC-fiches of de mogelijkheid om signalen af te geven zoals dat kan bij het Adviescollege Toetsing Regeldruk.
3. Evalueer alle bestaande Nederlandse koppen op effectiviteit en proportionaliteit, en vermijd nieuwe Nederlandse koppen
Het feit dat veel regeldruk en -kosten afkomstig zijn van de EU neemt niet weg dat Nederland veel nationale koppen kent ten opzichte van andere Europese landen. Dat de EU traag is, kan voor politiek Den Haag een reden zijn om voor de troepen uit te lopen, maar dit zorgt voor een ongunstig vestigingsklimaat voor sectoren waar deze koppen voor gelden. Recente voorbeelden hiervan zijn de initiatiefwet IMVO en de aangenomen motie vernietiging onverkochte producten. Bestaande regelgeving – in het bijzonder milieu en arbeidsveiligheid - lijkt nauwelijks geëvalueerd te worden op effectiviteit en proportionaliteit. Aan de voorkant kan er wel een check plaatsvinden door het Adviescollege Toetsing Regeldruk, maar naderhand is er zelden een toetsing van gewenste resultaat én proportionaliteit. Eerdere regeldrukprogramma’s kregen vaak nul op het rekest van de betrokken departementen.
We pleiten daarom voor een rigoureuze evaluatie van alle Nederlandse koppen op Europese wetgeving, waarbij er geen taboe is om beleid in lijn te brengen met andere Europese landen. In deze evaluaties zou uitgebreid moeten worden onderzocht of het gewenste effect wordt bereikt en de regeldruk proportioneel is.