Watergedragen producten hebben conserveringsmiddelen nodig

Okt. 2022 - Verf is langer houdbaar met conserveringsmiddelen, omdat ze voorkomen dat micro-organismen gaan groeien. Voor het verminderen van afval is het dan ook belangrijk dat er voldoende conserveringsmiddelen beschikbaar zijn.

Conserveringsmiddelen, ook wel biociden genoemd, zijn een klasse chemische stoffen die worden gebruikt om de groei te voorkomen van micro-organismen zoals bacteriën, schimmels en algen in producten zoals verf, maar ook in drukinkt, lijm en kit. Ze worden toegevoegd aan de mengsels om het te beschermen tegen schadelijke microbiële vervuiling. Na verloop van tijd kan dat leiden tot verkleuring, geur en verminderde kwaliteit.

Door de steeds strengere wetgeving voor biociden is er een afnemend aantal conserveringsmiddelen voor verf beschikbaar. Producenten hebben daardoor steeds minder keuze voor conserveringsmiddelen, wat de kwaliteit en effectiviteit van de verf negatief kan beïnvloeden. Uit enquêtes van de VVVF onder professionele schilders blijkt dat ze zien dat bacteriën de verf steeds sneller vervuilen, met name bij geopende verpakkingen. Voor de circulaire economie en het verminderen van afval is het belangrijk dat er voldoende conserveringsmiddelen beschikbaar zijn.

 

Download 'Conserveringsmiddelen zijn onmisbaar voor mengsel'


Biociden conserveringsmiddelen
Watergedragen

Coatingproducten (zoals verf, drukinkt, lijm, kit) zijn tegenwoordig steeds meer op waterbasis, wat wordt aangeduid als een watergedragen product. Verf bestaat in de basis uit: kleurstoffen, bindmiddel en een verdunningsmiddel om het mengsel vloeibaar te maken zodat het kan worden aangebracht. Het verdunningsmiddel in verven is in toenemende mate water. Voor watergedragen mengsels is een conserveringsmiddel (= biocide) van groot belang, omdat het voorkomt dat bacteriën, gisten of schimmels in het water gaan groeien. Conserveringsmiddelen zorgen er dus voor dat het mengsel, zoals verf, langer houdbaarheid blijft.

Conserveringsmiddelen worden in uiterst kleine hoeveelheden toegevoegd. Verfproducenten selecteren deze zorgvuldig om de impact op de menselijke gezondheid en het milieu te minimaliseren.

Knelpunten
  • Het proces om een nieuw conserveringsmiddel toegelaten te krijgen is lang, complex en duur. Producenten van conserveringsmiddelen moeten een aanzienlijke hoeveelheid gegevens en informatie verstrekken over de veiligheid en werkzaamheid. Dit proces kan enkele jaren duren en kan kostbaar zijn voor de bedrijven die een nieuw middel op de markt willen brengen. Het is voor biocidenfabrikanten daarom niet interessant om nieuwe conserveringsmiddelen op de Europese markt te brengen.

  • Een bijkomend probleem is dat er grote achterstanden zijn bij de (nationale) instellingen die in Europa gaan over toelating. Dit komt onder andere door beperkte personele capaciteit bij deze instellingen. In Nederland gaat het Ctgb (College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biodicen) over toelating. De Biociden-verordening gaat ervan uit dat het toelatingsproces een paar jaar duurt. Echter is de ervaring in de praktijk dat dit op kan lopen tot vijf jaar en langer.

  • Daarnaast wordt het toelatingsproces voor conserveringsmiddelen ook beïnvloed door de toenemende wettelijke vereisten voor milieuveiligheid, wat het nog moeilijker maakt om nieuwe conserveringsmiddelen toegelaten te krijgen. De EU scherpt de regels voor biociden continu aan, waardoor sommige eerder toegelaten conserveringsmiddelen niet meer mogen worden gebruikt in eerder toegestane concentraties.

  • Wat het scala aan beschikbare conserveringsmiddelen ook beperkt, is dat sommige conserveringsmiddelen niet effectief zijn tegen de micro-organismen die vaak in verf worden aangetroffen. Verf kan worden blootgesteld aan veel verschillende soorten micro-organismen, waaronder bacteriën, schimmels en algen, en conserveringsmiddelen die effectief zijn tegen één type micro-organisme, zijn mogelijk niet effectief tegen andere.

  • Ook zijn sommige conserveringsmiddelen niet geschikt voor gebruik in verf vanwege hun chemische eigenschappen. Sommige conserveringsmiddelen kunnen bijvoorbeeld te vluchtig zijn en te snel uit de verf verdampen om effectief te zijn. Anderen zijn misschien niet stabiel genoeg om de hoge temperatuur en druk te weerstaan die wordt gebruikt in het verfproductieproces of tijdens transport.

 

Wetgeving

Het gebruik van conserveringsmiddelen in verf wordt gereguleerd door de Europese Biocidenverordening (BPR), die in 2013 in werking is getreden. Deze verordening heeft tot doel ervoor te zorgen dat biociden die in de EU worden gebruikt, veilig zijn voor de menselijke gezondheid en het milieu, en dat ze effectief zijn in het tegengaan van de juiste micro-organismen.
Om toegelaten te worden voor gebruik in producten, moeten biociden, waaronder dus conserveringsmiddelen in verf, een rigoureus wetenschappelijk evaluatieproces doorlopen, dat een risicobeoordeling en een beoordeling van de werkzaamheid omvat. De BPR vereist ook dat biociden een periodieke herbeoordeling doorlopen om ervoor te zorgen dat ze blijven voldoen aan de veiligheids- en werkzaamheidseisen.